Het is niet alleen mijn verantwoordelijkheid


Ik ben geconcentreerd aan het werk. Een collega loopt mijn kamer binnen en vraagt me enthousiast bij een meeting aan te sluiten. ‘Nu?’, vraag ik verbaasd. ‘Ja’ zegt hij.


Nietsvermoedend loop ik achter hem aan de vergaderkamer binnen. Ik tref een grote tafel vol met mannen uit mijn team en van het reclame bureau. Trots laten ze me een nieuwe reclame uiting zien. Ik verstijf van schrik. Mijn hart klopt sneller en gedachten razen door mijn hoofd: ‘Hè? Dit is een foto die ik al ken, die ze als nieuw aan mij presenteren? Waarom hebben ze een meeting hierover zonder mij? Wat moet ik doen?’’. Ik houd me stil, terwijl ik koortsachtig grip probeer te krijgen op mijn emoties. Mijn collega vraagt me: ‘En? Wat vind je ervan?......’.


Twaalf grote ogen kijken me verwachtingsvol aan.

Het enige dat ik, passief-aggressief, uit kan brengen is: ‘Mooi. Het is exact hetzelfde als een eerdere versie van een ander bureau’. Ik draai me om, ik verbijt mijn tranen en loop weg. De groep blijft verbijsterd achter. Ze schudden hun hoofden en gaan verder waar ze gebleven waren.


Ik loop terug naar mijn bureau en verstop me in mijn mail. Krampachtig ga ik verder met mijn werk.

Het idee om er met hen een gesprek over aan te gaan komt in de verste verte niet bij me op. Ik slik het in en ga verder. I can handle this! Ik was midden 20.


~


15 jaar later spreek ik af met een oud collega. We volgen al jaren enthousiast elkaars ontwikkelingen en zijn nieuwsgierig naar elkaar.

We zitten in een gezellig koffie tentje en zijn blij elkaar weer live te zien. Onverwacht, maar heel natuurlijk, delen we ervaringen van vroeger. Verrast hoor ik dat ze na mijn vertrek in mijn oude team terecht gekomen is. Ze vertelt me dat ze niet gelukkig was in het team. Dat ze het gedrag van de manager als niet erg vrouw-vriendelijk ervaren heeft (‘Verrek! Zo heb ik het nooit bekeken?!’). Ze probeerde het bespreekbaar te maken met de HR professional (‘Verrek! Dat heb ik ook gedaan!’). Ze had het gevoel dat zij haar met een kluitje het riet in stuurde door te zeggen dat ze maar een communicatie training moest volgen (‘Verrek! Dat zei ze ook tegen mij!!’). Ze voelde zich niet gesteund en overwoog ontslag te nemen (‘Verrek! Zo voelde ik me ook en en ik héb ontslag genomen!). ‘Gelukkig’, vertelt ze, ‘had ik een hele fijne mentor in het bedrijf’. ‘Ik deelde met hem mijn ervaringen en hoe ik me eronder voelde. Hij moedigde me aan erover in gesprek te gaan met de manager van mijn manager. Die betreffende manager hoorde én erkende mijn worsteling en ik kreeg een nieuwe rol in een ander team. Daar had ik het geweldig!’. Niet veel later verdween de manager van haar (en mijn) oorspronkelijke team van het toneel van het bedrijf. Zij werkt er nog steeds.

Ik word er stil van en voel opeens heel bewust mijn verdriet en eenzaamheid van toen. Ik had al láng bedacht dat ik toen niet het zelfvertrouwen en de vaardigheid had om er een effectief gesprek over aan te gaan. Ik heb daarin vooral altijd de verantwoordelijkheid bij mezelf gelegd. Maar nu ineens realiseer ik me dat de leidinggevenden om me heen tegelijkertijd óók niet in staat waren om mij te doorzien en er voor mij te zijn op een manier die ik nodig had. Dat ík niet alleen een verantwoordelijkheid had, maar zíj ook.


Terwijl er een traan over mijn wang rolt, verschijnt er een glimlach op mijn gezicht. Dit lucht op.

0 keer bekeken